ActualiteitenBestuurlijke AanpakDocumentatie
Kleinere letters Grotere letters

Conferentie "Bestuurlijke Aanpak Georganiseerde Criminaliteit" Maastricht

Donderdag 04-oktober-2007

Op 12 september 2007 werd in het Crowne Plaza hotel te Maastricht de conferentie

"Bestuurlijke Aanpak Georganiseerde Criminaliteit " gehouden.

( klik hier voor het programma)

Naast een aantal inleidingen door o.a. de Minister van Binnenlandse Zaken Mw. Guusje Ter Horst, Burgemeester Gerd Leers van Maastricht en Criminoloog Cyril Fijnaut

werden ook een zestal workshops gehouden waarin stellingen werden geponeerd en die hebben geleid tot de navolgende conclusies:


1. De georganiseerde criminaliteit in Nederland is anno 2007 een bloeiende bedrijfstak waar jaarlijks vele miljarden in omgaan. Gemeenten hebben hier last van: aantasting openbare orde, teloorgang en verpaupering van straten en wijken, grootschalige criminele investeringen in vastgoed en een groeiende vervlechting tussen de onder- en bovenwereld. Dit leidt uiteindelijk tot aantasting van het maatschappelijk bestel.

2. Een effectieve bestrijding van georganiseerde criminaliteit heeft alleen kans van slagen als ook de bestaansvoorwaarden van criminelen worden aangepakt en financiële machtsposities van criminelen worden doorbroken. Een zuiver strafrechterlijke aanpak is op dit punt niet effectief. Er moet op geïntegreerde wijze – strafrechterlijk, bestuurlijk, fiscaal en civielrechtelijk – worden ingegrepen.

3. Een geïntegreerde aanpak vraagt veel van bestuurders en ambtenaren. Er moet informatie worden gedeeld en gezamenlijk worden opgetreden. Dit betekent informatie-uitwisseling dwars door bestaande organisatorische structuren heen. Het betekent samenwerking tussen overheidsdiensten van uiteenlopende signatuur en daarmee het doorbreken van cultuurverschillen.

4. De geïntegreerde bestrijding van de georganiseerde criminaliteit moet concreet op drie niveaus worden vormgegeven: lokaal, regionaal en landelijk. Op het congres op Bestuurlijke Aanpak Georganiseerde Criminaliteit die op 12 september 2007 te Maastricht is gehouden, zijn de contouren van een dergelijke aanpak verkend.

5. Op lokaal niveau vraagt een geïntegreerde aanpak om te beginnen versterking van de informatiepositie en regiefunctie van de burgemeester. Door burgemeesters het totaalbeeld te geven over de misstanden in zijn of haar gemeente en door vervolgens ook de regiefunctie over veiligheid bij hem of haar te beleggen, kunnen op zinvolle wijze prioriteiten worden gesteld en kan effectief worden opgetreden. Hierbij komt de aard en ernst van de misstand centraal te staan en niet het belang of de mogelijkheden van de verantwoordelijke overheidsdienst.

6. De Wet Bibob is voor gemeenten een zinvol aanvullend instrument om te voorkomen dat de lokale overheid criminaliteit onbedoeld faciliteert. Er is op dit moment een groot verschil in de wijze waarop en de mate waarin gemeenten van het de Wet Bibob gebruik maken. Bibob mag idealiter pas worden ingezet als de lokale overheid het nodige heeft gedaan om de eigen informatie te bundelen en analyseren. De in de Wet Bibob geboden tipgeverfunctie officier van justitie kan alleen ten volle worden benut bij een volledige integriteit van bestuurders en ambtenaren. Dit vraagt een waterdichte screening van de burgemeester en zijn of haar ambtenaren.



 

7. De lokale overheid moet samenwerken met semi-overheidspartners (woningcorporaties) en kennisbranches (advocaten, notarissen, makelaardij, fiscalisten, banken) om te voorkomen dat sleutelfiguren uit de bovenwereld criminelen bedienen in hun activiteiten om crimineel geld wit te wassen of in de legale economie te investeren. Hierbij moet worden gedacht aan een publieke ondersteuning van activiteiten door deze branches om het zelfreinigend vermogen vorm te geven.

8. Naast een actieve lokale bestrijding is intensieve bovenlokale samenwerking nodig om verplaatsingseffecten te voorkomen, informatie uit de verschillende gemeenten aan elkaar te koppelen, de Wet Bibob efficiënt toe te passen en, waar nodig, gezamenlijk op te treden. De door de minister van BZk aangekondigde start met een zestal pilots voor Regionale Informatie- en Expertisecentra is een belangrijke stap om de geïntegreerde aanpak in Nederland van de grond te krijgen.


9. Het bestuurlijk dossier wordt op dit moment onvoldoende benut om opsporingsinformatie over te dragen en bruikbaar te maken voor het openbaar bestuur. De Regionale Informatie- en Expertisecentra kunnen een centrale rol vervullen in het operationeel toepasbaar maken van de opsporingsinformatie voor de geïntegreerde bestrijding van de georganiseerde criminaliteit op lokaal niveau.

10. Een geïntegreerde aanpak vraagt een éénduidige uitleg van artikel 15 in de Wet op het politieregister. Door tussenkomst van de Regionale Informatie- en Expertisecentra kan op éénduidige wijze worden vastgesteld welke persoonsinformatie openbare orde gerelateerd is – en dus mag worden gebruikt – en welke informatie niet. In Limburg Zuid zijn tussen enerzijds Politie Limburg-Zuid, als eigenaar van de informatie en anderzijds 19 gemeenten van de Regio Limburg-Zuid wat dit betreft de grenzen opgezocht en goedgekeurd. De wettelijke grondslag voor deze gegevensuitwisseling is door college bescherming persoonsgegevens (CBP) rechtmatig bevonden. Dit zou model kunnen staan voor een landelijke manier van werken.

11. Samenwerking en informatie-uitwisseling moeten landelijk worden verankerd in een convent tussen de betrokken partijen: openbaar bestuur, politie, openbaar ministerie, bijzondere opsporingsdiensten en de Belastingdienst. De twee lokaal afgesloten convenanten ketensamenwerking (Amsterdam en Limburg-Zuid) en de daaraan gekoppelde privacyreglementen, welke eveneens door het CBP rechtmatig zijn bevonden, kunnen hiervoor model staan.

12. De geïntegreerde aanpak moet ook op landelijk niveau operationeel worden begeleid. De centrale overheid krijgt hierin als taak om de analyses van de verschillende Regionale Informatie- en Expertisecentra samen te brengen en om deze centra vanuit één centraal punt te ondersteunen met de broodnodige financieel-economisch deskundigheid op het terrein van witwassen en de strafrechtelijke en fiscale ontneming, het signaleren van waterbedeffecten en het monitoren van criminelen landsbreed.

Deze conclusies worden verwerkt in een plan van aanpak om te komen tot een geïntergreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit.

 


 

Onder het dagvoorzitterschap van drs. P.F.M. Raets (rechts op onderstaande foto) zijnde plaatsvervangend secretaris-generaal BZK,

werd het congres afgesloten met een forumdiscussie

met v.l.n.r.

Dhr. C.J. Heijsman, Korpschef Regio Utrecht,

Burgemeester Bandell gemeente Dordrecht,

Dhr. H. Bolhaar Procureur-Generaal OM,

Mw. J. Thunissen Directeur-Generaal Belastingdienst en

Dhr. J. van der Vlist, Directeur-Generaal Rechtpleging en Handhaving

 


 

De conferentie werd druk bezocht getuige onderstaande foto's:

 

 

 

 

Bron: RIEC Limburg Zuid
 


Naar boven