Persbericht NRC Ambtenaar scherper gescreend
Klik hier voor het persbericht
Voor de volledige tekst zie hieronder:
Rotterdam, 30 Juli.
Gemeenteambtenaren lopen in toenemende mate risico om betrokken te raken bij corruptiepraktijken als gevolg van het groeiende aantal justitiële dossiers waar zij in hun werk mee te maken krijgen. Meerdere gemeenten onderzoeken inmiddels of de screening van die ambtenaren geïntensiveerd moet worden. In Zuid-Limburg is dat inmiddels gebeurt. Daar trekt de politie antecedenten na van ambtenaren die bij dergelijke dossiers betrokken zijn.
De groei van het aantal justitiële dossiers op gemeenteburelen is vooral het gevolg van de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit, de betrokkenheid van gemeenten bij terrorismebestrijding en de invoering van de Wet-Bibob in 2003. Die wet maakt het gemeenten mogelijk om vergunningen te weigeren als uit onderzoek blijkt dat de ondernemer criminele antecedenten heeft of niet kan aantonen waar hij zijn geld vandaan heeft.
Screening van ambtenaren gebeurt nu nog marginaal. Daarbij wordt bij het ministerie van Justitie een ‘verklaring omtrent gedrag’ gevraagd en er wordt een geheimhoudingsverklaring getekend. Politiefunctionarissen die toegang hebben tot vertrouwelijke dossiers, maar ook medewerkers op vertrouwensfuncties bij ministeries worden gescreend door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).
De gemeente Amsterdam laat inmiddels onderzoeken hoeveel ambtenaren omgaan met privacygevoelige dossiers en of aan die functionarissen aanvullende eisen moeten worden gesteld. In Zuid-Limburg (Maastricht, Valkenburg, Heerlen, Valkenburg, Kerkrade, Sittard-Geleen en de provincie) worden ambtenaren die betrokken zijn bij een gezamenlijk project om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken, gescreend door de politie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar strafrechtelijke antecedenten of vermoedens van omgang met criminelen, maar wordt ook de omgeving van de betrokken ambtenaar (huisgenoten, vrienden), nagetrokken.
In dat gezamenlijke project werken politie, justitie, de Fiod/ECD, de betrokken gemeenten en de provincie samen en wisselen gegevens onderling uit. Dat maakt het mogelijk om in een vroeg stadium vermoedens van malversaties te signaleren waarna in overleg kan worden besloten om een ondernemer strafrechtelijk, fiscaal of langs het bestuursrecht aan te pakken.
Recent heeft het College Bescherming Persoonsgegevens die aanpak geaccordeerd, met daarbij de aantekening dat het om een ‘uniek project’ gaat omdat partijen informatie uitwisselen, zonder dat er sprake is van een concreet strafbaar feit.
Keerzijde van die aanpak is volgens projectleider en politiecommissaris L. Mennens dat de overheid haar eigen huis op het gebied van integriteit ‘schoon’ heeft. „De interne administratie moet op orde zijn en de medewerkers betrouwbaar.”
Het moet een nachtmerrie zijn voor elke zelfstandige ondernemer: Je belangrijkste opdrachtgever, een overheidsinstantie, laat stiekem een antecedentenonderzoek naar je bedrijf uitvoeren, maakt daarbij inhoudelijke fouten, terwijl de inhoud vervolgens uitlekt naar de pers. Weg opdrachtgevers, weg bedrijfsreputatie.
Geen theoretisch scenario. Het overkwam de Amsterdamse stichting Pré-Professionele Hulpverlening (SPPH) in 2001. Opdrachtgever voor dat antecedentenonderzoek was in 2001 de gemeente zelf, die een bureau in eigen huis heeft: het bureau Screening en Bewaking.
Aanleiding was de manier waarop de stichting, een adviesorgaan voor bedrijfshulpverlening, publiciteit had gezocht over onveilige situaties in de metrotunnel van het Amsterdamse Vervoersbedrijf GVB.
De stichting zelf wist niets van dat onderzoek. Ook niet na afloop ervan,met als belangrijkste conclusie dat het GVB beter geen zaken kon doen met deze partner vanwege onfatsoenlijke bedrijfsvoering. Zelfs nadat het vertrouwelijke onderzoek was uitgelekt naar De Telegraaf en De Volkskrant, kreeg de SPPH er niet de beschikking over. Vanwege de vertrouwelijke status. Maar de publicaties in de media én de interne geruchtenmachine op het stadhuis en het GVB, hadden hun werk gedaan. Opdrachten werden ingetrokken of niet meer verstrekt.
„Onprofessioneel gedrag van de betrokken ambtenaren en bestuurders”, concludeerde een speciale commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Jacob Kohnstamm in 2004. Maar de daders konden niet meer worden achterhaald. Maar Kohnstamm stelde achteraf wel vast dat toenmalig GVB-directeur André Testa en verantwoordelijk wethouder Guusje Ter Horst, inmiddels minister van Binnenlandse Zaken, uitvoerig met elkaar besproken hadden, hoe de SPPH buiten de gemeentedeur kon worden gehouden. En het vertrouwelijke rapport kon volgens hem maar op twee manieren bij de pers zijn beland: via het stadhuis óf de burelen van het GVB.
Het lekken van vertrouwelijke overheidsinformatie geldt als doodzonde bij politie of rijksdiensten. ‘Lekken is vertrekken’, wie dat doet, is zijn baan kwijt. Bij de politie doen de rijksrecherche of eigen onderzoeksbureaus permanent onderzoek naar dergelijk gedrag. Daarnaast screent de Algemene Inlichtingen - en Veiligheidsdienst (AIVD) in het kader van de Wet Veiligheidsonderzoeken jaarlijks zo’n 16.000 politiefunctionarissen op hun betrouwbaarheid. Voor rijksambtenaren, of bijvoorbeeld medewerkers van Schiphol, met een zogeheten vertrouwensfuncties gelden soortgelijke procedures.
Maar op lokaal niveau is dat niet zo geregeld. Een gemeente kan bij het ministerie van Justitie nagaan of een sollicitant een strafblad heeft(Verklaring omtrent Gedrag). Gemeenten kunnen verder een geheimhoudingsverklaring laten ondertekenen of de ambtseed laten afleggen. Maar veel meer mogelijkheden zijn er niet. Terwijl het aantal ambtenaren op gemeentelijk niveau dat toegang heeft tot strafrechtelijke informatie over burgers groeit. Dat is het gevolg van invoering van de wet-Bibob (Wet bevordering Integriteitbeoordeling door het openbaar bestuur) in 2003 én de groeiende betrokkenheid van gemeente bij anti-terreurbestrijding. De Bibob-wet geeft gemeenten de mogelijkheid om vergunningaanvragers het hemd van het lijf te vragen over hun interne bedrijfsvoering, met het doel, te achterhalen of de betrokken ondernemer criminele antecedenten heeft. Bij twijfel wordt het landelijk Bibob-bureau van het ministerie van Justitie ingeschakeld, die justitiële en fiscale antecedenten mag natrekken uit de interne databestanden van politie, justitie en de belastingdienst. De resultaten ervan komen vervolgens weer terug op het bureau van de gemeenteambtenaren die de dossiers in behandeling hebben. De Bibob-wet maakt het daarnaast ook mogelijk dat informatie over lopend strafrechtelijk onderzoek via het openbaar ministerie bij de gemeente terecht komt als er aanwijzingen zijn dat verdachten zakelijke relaties met de gemeente hebben.
De politie, met 58.000 medewerkers, beschouwt het ‘lekken’ of misbruik maken van vertrouwelijke informatie als een van de grootste integriteitsrisico’s. Vorig jaar stond dat met 275 onderzoeken op de tweede plaats van meest voorkomende integriteitsschendingen. Daarbij ging het om ‘lekken’ naar vrienden of familie, maar ook naar criminelen. Cijfers over ‘lekkende’ gemeenteambtenaren zijn niet bekend, dergelijke delicten worden, met uitzondering van de gemeente Amsterdam, niet centraal geregistreerd.
Het groeiend aantal justitiële dossiers op gemeenteburelen heeft nog niet geleid tot AIVD-screening op basis van de Wet Veiligheidsonderzoeken. Dat is volgens een AIVD-woordvoerster vooral een kwestie van proportionaliteit. Dergelijke onderzoeken zijn duur en tijdrovend. „Dan is de vraag aan de orde of gemeenteambtenaren inderdaad toegang tot dossiers hebben waarbij de staatsveiligheid in het geding is. Daar gaan wij niet over, maar de minister van Binnenlandse Zaken. Bovendien zijn niet wij, maar die organisaties zelf verantwoordelijk voor intern integriteitsbeleid.”
Het college bescherming persoonsgegevens heeft geen zich op de vraag of gemeenten daar voldoende aan doen. De Wet bescherming persoonsgegevens verplicht daar wel toe, hoe gevoeliger de databestanden, hoe zwaarder de eisen moeten zijn, aldus een woordvoerster.
De gemeente Amsterdam inventariseert momenteel hoeveel ambtenaren over privacygevoelige of justitiële dossiers beschikken en of er extra screeningseisen aan die functionarissen moeten worden gesteld. In Zuid-Limburg gebeurt dat in de praktijk al. Ambtenaren die betrokken zijn bij een gezamenlijk project van de gemeenten Maastricht, Kerkrade, Heerlen, Valkenburg, Sittard-Geleen en de provincie om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken, worden door de politie gescreend. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de bestanden van de politie, justitie, de criminele inlichtingeneenheden (CIE), de regionale inlichtingendiensten én het internationaal rechtshulpcentrum. Daardoor is het mogelijk om een buitenlands strafblad te achterhalen. Ook gezinsleden en huisgenoten worden onder de loep genomen, aldus commissaris L. Mennens van het regiokorps Limburg-Zuid. „Niet alleen om na te gaan of huisgenoten een strafblad hebben, maar ook of zij deel uitmaken van een crimineel netwerk.”
Volgens Mennens is zo’n strenge selectie niet meer dan logisch. „Een rechercheur bij de politie moet een AIVD-screening ondergaan. Dan mag je hetzelfde verwachten voor een gemeenteambtenaar die over dezelfde informatie beschikt. Het is ook de keerzijde van wat we hier doen. Als je de integriteit van burgers onderzoekt via de Bibob of in het samenwerkingsverband met partijen als de Fiod/ECD, de fiscus, justitie en politie, heb je de verantwoordelijkheid om in eigen huis er alles aan te doen dat de betrokken medewerkers ‘schoon’ zijn.
De betrokken gemeenten hadden oorspronkelijk het idee om, net als in Amsterdam, een eigen Bureau Integriteit op te zetten dat malversaties van eigen personeel registreert, maar zo nodig ook onderzoek kan doen naar integriteitsschendingen of de risico’s ervan. Inmiddels wordt volgens Mennens onderzocht of het mogelijk is om het Bureau Intern Onderzoek van de politie uit te breiden om dat werk te doen. „Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) wil een landelijk meldpunt integriteit opzetten. Dat kan alleen als dat ook regionaal gebeurt.”
Bron: NRC redacteur Jos Verlaan






© 2006 - 2009 Alle rechten voorbehouden
-
