ActualiteitenBestuurlijke AanpakDocumentatie
Kleinere letters Grotere letters

De essentie van Bestuurlijke Aanpak

Uit onderzoek blijkt dat criminele organisaties zich aangetrokken voelen tot bepaalde gebieden en/of branches. De aantrekkingskracht van een gebied of branche wordt bepaald door veel factoren en is afhankelijk van de aard van de criminele activiteiten. Te denken valt daarbij aan de beschikbaarheid van bruikbaar vastgoed, de aanwezigheid van klanten (drugstoeristen), uitvoermogelijkheden, en de mogelijkheden om bij andere criminele netwerken aan te sluiten. De euregionale ligging van Zuid-Limburg biedt criminele organisaties veel voordelen, zo blijkt uit het onderzoek van professor Fijnaut.

Bij Bestuurlijke aanpak kunnen riscicovolle gebieden en risicovolle branches worden aangewezen en vervolgens, vanuit de insteek van het vastgoed, systematisch gescreend. Dat betekent dat in de betreffende gebieden en branches het eigendom van het vastgoed wordt nagetrokken, beoordeeld wordt op welke wijze het vastgoed is gefinancierd en bekeken wordt welke (bedrijfs)activiteiten met het vastgoed worden uitgevoerd.
Toelichting: Het natrekken van eigendom van vastgoed, het beoordelen ervan ed gebeurt beperkt en selectief. Dat komt pas in beeld als er indicaties zijn die daartoe aanleiding bieden, dus pas in tweede instantie. Spreken van een systematische screening roept een te positief beeld op. Zakelijke dienstverleners kunnen niet zomaar betrokken worden in de screening, zou persoonsgericht zijn.
Er zijn niveauverschillen in de informatievergaring: heel basale gegevens in de locale teams, meer gegevens en verdere verdieping/verbreding na een eerste selectie via regionaal team en via convenant

Op basis van een systematische screening kan dan de vraag beantwoord worden of sprake is van eigendom en (bedrijfs)activiteiten die met geld worden gefinancierd, waarvan de herkomst onduidelijk is, of die erop gericht zijn strafbare activiteiten te faciliteren, een dekmantel vormen voor criminele (bedrijfs)activiteiten en de gelegenheid bieden geld wit te wassen (bijvoorbeeld het fingeren van omzet om geld te ‘witten’ dat met criminele activiteiten is verkregen). Als duidelijk is dat zaken niet in de haak zijn kan worden opgetreden.

Informatie over vastgoed en (bedrijfs)activiteiten is beschikbaar bij veel verschillende diensten (Kamer van Koophandel, Belastingdienst, gemeenten), maar doorgaans onderling niet uitwisselbaar. Een volledige screening van risicogebieden en –branches is slechts mogelijk als de ketenpartners de mogelijkheid hebben hun informatie onderling uit te wisselen.

Dankzij het project Bestuurlijke aanpak is in juni 2006 in Zuid-Limburg ten behoeve van deze informatieuitwisseling een –voor Nederland uniek- convenant afgesloten tussen gemeenten en provincie en de samenwerkende ketenpartners politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, FIOD en SIOD. Op basis van dit convenant kan tussen de verschillende diensten en organisaties informatie worden uitgewisseld waarmee de herkomst en het gebruik van vastgoed en de daaraan gerelateerde bedrijfsprocessen kunnen worden gescreend.
De informatiepositie die hierdoor op regionaal niveau ontstaat geeft inzicht in het bestaan en de werking van criminele organisaties.
In het Zuid-Limburgse convenant is geregeld dat, ( bij gebleken misstanden), de partners afspraken maken over wie van hen (de misstand )aanpakt.
De afspraken die daarbij gemaakt worden zijn afhankelijk van de aard van de geconstateerde (misstanden.) In een aantal gevallen ligt ingrijpen door politie en Justitie voor de hand, in andere gevallen heeft de gemeente of provincie zelf bevoegdheden om bestuurlijk te handhaven.


Naar boven